De spelregels van darts: 501, uitgooien op een dubbel en de bull
Inhoudsopgave
Darts is snel te leren en lastig te perfectioneren. De basisregels zijn met een paar minuten uitleg helder. In dit artikel lopen we het standaardspel 501 door, plus de belangrijkste regels die je nodig hebt om een partij te spelen en te volgen. Heb je je bord nog niet hangen? Bekijk dan eerst dartbord ophangen: hoogte en afstand.

501: het standaardspel
In de bekendste variant, 501, begint elke speler met 501 punten. Om de beurt gooi je drie pijlen en trek je de gegooide punten af van je totaal. Wie als eerste exact op nul uitkomt, wint de leg. Het draait dus niet om zoveel mogelijk scoren in absolute zin, maar om slim afbouwen naar precies nul.
Wie begint? De bull-up
Voor aanvang gooien beide spelers één pijl op de bull. Wie het dichtst bij het midden zit, mag de eerste leg beginnen. Daarna wisselt het beginrecht doorgaans per leg, want de speler die mag aanvangen heeft een licht voordeel.
Scoren: single, dubbel en triple
Elke pijl telt voor de waarde van het geraakte vak. De buitenste ring (dubbel) telt twee keer, de middelste ring (triple) drie keer, de buitenbull 25 en de bullseye 50 punten. De maximale score in één beurt is daardoor 180: drie keer de triple 20. Hoe de zones precies liggen, lees je in het dartbord uitgelegd.
Uitgooien op een dubbel
De belangrijkste regel van 501 is de double-out: je laatste pijl moet een dubbel zijn (de buitenste ring) of de bullseye, die als een dubbel telt (2 × 25). Sta je bijvoorbeeld op 32, dan gooi je dubbel 16 om te winnen. Dit vooruitdenken heet de checkout; alle handige combinaties vind je in ons artikel over checkouts en uitgooien.
Wat is een bust?
Een bust treedt op als je beurt je score onder nul zou brengen, je precies op 1 uitkomt (want 1 kun je niet op een dubbel eindigen) of je nul bereikt zonder een dubbel. Bij een bust tellen de pijlen van die beurt niet en keert je score terug naar de stand aan het begin van de beurt.
Legs en sets
Een partij bestaat uit legs. Bij grote toernooien worden legs vaak gebundeld in sets (bijvoorbeeld ‘best of 5 sets’, waarbij je per set een aantal legs moet winnen). Welk format welk toernooi gebruikt, lees je in de grootste dartstoernooien ter wereld.
Andere spelvormen
501 is de standaard, maar er zijn talloze andere spellen om te oefenen of voor de gezelligheid. Een overzicht met de regels vind je in populaire dartspellen.
Veelgestelde vragen
Waarom moet je in 501 op een dubbel uitgooien? Dat is de double-out-regel: de laatste pijl moet een dubbel of de bullseye zijn, wat het uitgooien lastiger en spannender maakt.
Wat is de hoogste uitgooi? 170, met triple 20, triple 20 en de bullseye.
Wat gebeurt er bij een bust? De beurt telt niet en je score keert terug naar de stand van vóór die beurt.